Kenniscentrum

Wat te doen bij hittestress

10 juli 2020

Het is weer zomer en de hogere temperaturen kunnen hittestress opleveren voor je pluimvee. Deze veranderingen in de temperatuur vragen dan ook om aanpassingen in het management van je kippen. De hitte veroorzaakt een verlaging van de productiviteit, toename van sterfte en verlies van kwaliteit. Maar hoe kun je dit voorkomen?

Kippen kunnen in principe redelijk omgaan met warmte, maar niet met plotselinge stijgingen in de temperatuur of luchtvochtigheid. Ze krijgen dan al snel last van hittestress en dat heeft weer gevolgen voor de gezondheid. Om die gevolgen zoveel mogelijk te voorkomen, is het belangrijk om op tijd maatregelen te nemen. Volgens pluimveedierenarts Peter Wijnen is de uitvoering van die maatregelen niet alleen de verantwoordelijkheid van een pluimveehouder. Deze verantwoordelijkheid ligt ook bij de toeleveranciers en de afnemers.

Peter Wijnen heeft een grote praktijk die voornamelijk actief is in Nederland en Duitsland. Daarnaast verzorgt hij ook regelmatig consulten in Zuid Europa, het Midden Oosten en Rusland. Hierdoor heeft hij een goed beeld van het productieproces in landen met uiteenlopende weersomstandigheden en weet hij welke invloed het klimaat heeft op de gezondheid van pluimvee.

  

Kippen kunnen niet zweten 

Kippen kunnen redelijk snel aan hogere temperaturen wennen, maar ze hebben moeite met snelle temperatuurswisselingen. Vooral in combinatie met een hoge relatieve luchtvochtigheid kan dit veel stress geven. Bijvoorbeeld bij een te hoge bezetting, een schrikreactie, het laden en lossen, maar ook wanneer de vrachtwagen te lang in de volle zon stilstaat tijdens het transport.

Kippen hebben geen zweetklieren. Ze moeten het grootste gedeelte van hun lichaamswarmte kwijt zien te raken door middel van ademhaling. Dit kost ze meer moeite wanneer de lucht warm en vochtig is. Hierdoor gaan ze sneller en oppervlakkiger ademen. Zo raken ze veel CO2 kwijt en neemt de zuurgraad van het bloed af. Door de warmte eten de kippen minder voer en verbruiken ze veel energie om het teveel aan warmte kwijt te raken. Leghennen gaan hierdoor eieren met dunnere schalen produceren en vleeskuikens groeien minder snel. Ze gaan wel meer drinken bij hogere temperaturen, maar scheiden daardoor ook meer mineralen uit. Iets wat al snel kan resulteren tot darmstoornissen en meer sterfte. Volgens dierenarts Wijnen worden de gevolgen hiervan vaak onderschat en daarom moeten er op tijd maatregelen worden genomen.

 

"De luchtvochtigheid moet goed in balans zijn met de omgevingstemperatuur." 

 

De ventilatie aanpassen

Van Wijnen adviseert om voor aanvang van een hitteperiode de bezettingsgraad te verlagen. Minder dieren per vierkante meter zorgt voor een betere luchtbeweging tussen de dieren en minder opwarming. Daarnaast zijn er nog een aantal andere zaken die wat extra aandacht vragen:

  • Zorg voor voldoende ventilatiecapaciteit en een aanpassing van de P-band om sneller van laag naar hoog over te kunnen schakelen.
  • Zorg dat luchtinlaten, ventilatoren en kokers schoon zijn en goed functioneren.
  • Snoei de beplanting weg die een probleem voor een goede ventilatie op kan leveren.
  • Zorg dat er hulpventilatoren beschikbaar zijn voor extra luchtafvoer en circulatie.
  • Controleer de werking van de koelinstallatie.
  • Zorg dat alle nozzels schoon zijn en functioneren.

De luchtvochtigheid is volgens Wijnen heel belangrijk voor een goede diergezondheid. Er is een goede balans tussen temperatuur en luchtvochtigheid nodig. Een hoge luchtvochtigheid is altijd slecht, want de kippen kunnen hun warmte dan niet kwijt. Een tijdelijke verhoging is niet zo erg, als de temperatuur niet te hoog is en het strooisel niet te nat wordt. Ook wanneer overdag de temperatuur heel hoog is, is het niet erg als het strooisel wat natter wordt door een hoge luchtvochtigheid (als gevolg van extra koeling). Dit droogt ’s nachts wel weer op.

Bij naderend onweer kan een hoge luchtvochtigheid wel voor problemen zorgen. Meestal is de temperatuur dan al hoog en de snelle verandering in het stalklimaat kan voor flinke stress zorgen bij de kippen. Na een onweersbui kan het behoorlijk snel afkoelen. Daarom is het belangrijk dat je probeert te voorkomen dat het ventilatiesysteem deze kou te snel de stal in trekt.

 

"Geef je kippen ruim de tijd om fris en schoon water te drinken."

 

Voldoende fris en schoon water

Kippen gebruiken water om via de ademhaling warmte kwijt te raken. Daardoor drinken ze bij hogere temperaturen ook meer water. Geef ze daarom bij warm weer meer tijd (en bij hitte onbeperkt) om fris en schoon water te drinken. Vleeskuikens laten bijvoorbeeld een flinke stijging van de waterconsumptie zien bij een temperatuur van 30 – 35 °C. Dit kan zelfs 2 tot 3 keer zoveel zijn tijdens een periode van hittestress. Per graad die de omgevingstemperatuur stijgt, neemt het waterverbruik ongeveer 7% toe. Let er wel op dat het water niet te koud is. Dit kan namelijk voor darmproblemen en diarree zorgen. Fris drinkwater heeft een temperatuur van 7 – 8 °C lager dan de omgevingstemperatuur.

Bij hoge temperaturen hijgen kippen altijd, ook als er voldoende drinkwater aanwezig is. Dit is dus niet perse een reden tot paniek. Maar zodra een kip de kop tussen de veren steekt, is dat wel een kwalijke zaak, want dan is het vaak al te laat. Wijnen adviseert daarom om de dieren in beweging te houden bij hoge temperaturen.

Daarnaast adviseert hij om een dag voor het echt warm wordt elektrolyten en extra vitamine C en E toe te voegen aan het drinkwater. Hou er rekening mee dat vitamine C maar 6 uur goed blijft in een wateroplossing en dus elke 6 uur ververst moet worden. Elektrolyten zijn belangrijk voor het normaal functioneren en groeien van de cellen.

Deze additieven vullen niet alleen tijdens een periode van hittestress mogelijke tekorten in het bloed aan, maar stimuleren ook de waterinname. Door het toedienen van elektrolyten en een hogere waterconsumptie kan sterfte door hittestress flink worden verminderd. (De combinatie van toediening van vitaminen en mineralen met bicarbonaat is de allerbeste, op die manier blijft de pH waarde van het bloed beter gewaarborgd.)

 

"Geef je kippen op hele warme dagen minder voer, of voer met een lagere energiewaarde." 

 

Voer én water

Het advies van dierenarts Wijnen is om kippen op hele warme dagen minder voer, of voer met een lagere energiewaarde te geven. Het liefst vroeg in de ochtend, want dan is het nog koel.

De beschikbaarheid van voer heeft een grote invloed op de inname van water. Onderzoek heeft uitgewezen dat de voer- en wateropname bij vleeskuikens nauw met elkaar zijn verbonden. Als ze geen toegang hebben tot voer, zullen ze weinig water drinken, zelfs als het water in ruime mate beschikbaar is. Omgekeerd zullen ze ook weinig of geen voer eten als er geen water beschikbaar is.

Bij vleeskuikenouderdieren zorgt de afwezigheid van voer er vaak voor dat ze meer gaan pikken naar de drinknippel. Dit zorgt voor een hoger waterverbruik en meer vermorsing.

Leghennen zijn door hun lagere gewicht in principe minder gevoelig voor de hitte, maar het heeft wel gevolgen voor de kwaliteit van de eischaal. Daarom adviseert Wijnen om er bij hoge temperaturen voor te zorgen dat de hennen extra calcium binnen krijgen. Bijvoorbeeld door middel van grit.

 

Waterkwaliteit

Onderzoek heeft ook laten zien dat de waterconsumptie van vleeskuikens beïnvloed wordt door de waterkwaliteit en de voersamenstelling. Water van slechte kwaliteit kan leiden tot ziektes en lekkende drinknippels. Met als gevolg nat strooisel en een verhoogde productie van ammoniak. Dit alles kan vervolgens weer leiden tot een verminderd welzijn van de dieren.

Vleeskuikens hebben een ruime pH-tolerantie, maar door een pH lager dan 4 of hoger dan 8 kan de waterinname minder worden. De aanwezigheid van ijzer, mangaan en nitraten in het drinkwater heeft weinig effect op de vleeskuikenproductie. Het vergroot echter wel de kans op de vorming van biofilm in het systeem. Daarnaast kan de aanwezigheid van deze stoffen extra slijtage, verstoppingen en lekkages tot gevolg hebben. Een biofilm kan bovendien zorgen voor een verminderde productie, gezondheidsproblemen, het afbreken van additieven, een verminderd effect van medicatie/entingen en zelfs bijdragen aan resistentievorming.

Controles van drinkwatermonsters die worden uitgevoerd om de geschiktheid van het water voor pluimvee te testen, laten zien dat pluimveehouders over het algemeen weinig aandacht besteden aan drinkwatermanagement. De afgelopen 3 jaar bleek gemiddeld 34% van de drinkwatermonsters namelijk niet geschikt te zijn voor pluimvee.

Dit verklaart vaak de gezondheidsproblemen bij pluimveekoppels. Het zorgvuldig reinigen en regelmatig controleren van de drinkwaterkwaliteit kan de prestaties flink verbeteren. Het spreekt voor zich dat drinkwater geen negatief effect op de groei en gezondheid van de dieren mag hebben. Bovendien kunnen schadelijke bacteriën in het ei of het vlees terechtkomen en dat kan uiteindelijk voor flinke problemen zorgen.

  

Peter Wijnen - pluimvee dierenarts 

Peter Wijnen | Pluimveedierenarts
Pluimveepraktijk 'De Achterhoek', Ruurlo

 

Download de gids!

 

Meer weten? Vraag een vrijblijvend adviesgesprek aan met een van onze specialisten!